Home
CMF Magazine: IDDG
IDDG jrg. 2011
juni 2011
De drijfveren van…
CMF Magazine: IDDG
IDDG jrg. 2011
juni 2011
De drijfveren van…
De drijfveren van…
De drijfveren van…
Nico Wolswinkel
Waarom werd je arts?
De keuze voor het artsenvak is langzaam gegroeid. Het had te maken met afstrepen wat niet lukte en kiezen wat heel leuk leek. Sommige deuren bleven dicht, andere gingen open. Ik had ook heel goed iets anders kunnen worden. Geen roeping dus, misschien is leiding een beter woord.
Belangrijke leermeesters?
De gewone docenten hebben niet veel indruk achter gelaten. Uitzondering voor prof. Van Bemmel, van medische informatica. Hij nodigde studenten thuis uit en ging in gesprek over medische en ethische thema’s. Dat viel op. De avonden staan me nog helder voor de geest. De huisartsenopleiding in de praktijk van Alfred Esch was ook heel bijzonder. Een reformatorische huisarts in opleiding bij een evangelische opleider. Mooie combinatie met goede vruchten.
De boeken van prof. J. Douma over medische ethiek hebben op dat punt een goed fundament gelegd en mijn ethische keuzen sterk beïnvloed. Binnen de CMF heb ik veel leermeesters ontmoet: op kringen, tijdens lezingen, in de wandelgangen en als auteurs van artikelen in het blad.
Wat voor arts wil je zijn?
Betrouwbaar en betrokken, dat vind ik mooie woorden, die me inspireren. Ik hoef niet alle problemen van patiënten op te lossen, maar ze mogen wel verwachten dat ik er serieus mee aan de slag ga. Transparant en voorspelbaar, ook als het gaat om mijn uitstraling als christen.
Hoe betrek je geloof in je werk?
Meestal redelijk indirect. Als christen leven en oog hebben voor de spirituele achtergrond van de patiënt. Maar ik ga niet op de stoel van de dominee zitten. Bidden en Bijbel lezen heeft bij mij zelden een plaats in het consult. Maar soms voel ik mij geroepen mijn handelen vanuit mijn geloof te verantwoorden.
Hoe vind je een goede balans tussen werk en privé?
Een gezin geeft daarvoor een goed kader. Echtgenote en kinderen houden je bij de les. Grenzen durven trekken: ik kan niet voor iedereen zorgen. Ook dingen doen die niets met de praktijk te maken hebben: kerk, maatschappij, sport…
Wat zou je anderen willen leren?
Als huisarts opleider voel ik me altijd uitgedaagd de ander tot bloei te laten komen. Dat wil zeggen: het soort dokter te worden dat bij hem of haar past. Niemand hoeft een kloon van mij te worden. Maar een ander te helpen zoeken de basisprincipes van het christelijke leven te integreren in het leven van iedere dag vind ik erg mooi.



